Historie

In 1855 beginnen twee jonge Groninger zakenmannen - Johan Herman Wijnne en Barend Cornelis Barends - een scheepvaartonderneming. Dat is in die tijd geen onlogische stap voor inwoners van het noordelijke deel van ons land. De Nederlandse koopvaardij heeft op dat moment een gouden toekomst omdat ons land neutraal is in de Krimoorlog. Schepen die onder de Nederlandse driekleur varen, kunnen daardoor goed geld verdienen met goederenvervoer over zee of via kanalen en rivieren.

Werkzaamheden
De nieuwe scheepvaartonderneming verzorgt bevrachting, op- en overslag, stuwadoorsdiensten, het technisch beheer, verzekering en agentuursdiensten. De startende ondernemers participeren ook in een aantal kustvaarders en in de stoomboot, Time is Money.

Begin 1860 heeft de onderneming het voor het eerst moeilijk als gevolg van de internationale handelscrisis van 1857. De opening van het Eemskanaal tussen Groningen en Delfzijl biedt in 1876 echter nieuwe kansen en dat resulteert in de opening van een kantoor in Delfzijl.

Ongeluk
Op het moment dat de onderneming de wind net weer in de zeilen heeft, volgt op 2 juni 1868 een grote klap. Bij het eerste treinongeluk dat ooit in Nederland plaatsvindt, verongelukt Johan Herman Wijnne, op de eerste verjaardag dat zijn vijfde en jongste kind. De familie en het bedrijf verliezen met de dood van Johan en belangrijke steunpilaar.

In 1870 kan Barend Cornelis Barends statutair gezien de naam van het bedrijf aanpassen. Hij doet dit echter niet. Dat zegt wel iets over het respect dat hij voor zijn overleden partner heeft.

Korte tijd later wordt de vestiging in Delfzijl, waar de familie Barends ook woont, het nieuwe hoofdkantoor van Wijnne Barends. In 1870 zijn alle schepen die het bedrijf geheel of gedeeltelijk in eigendom heeft verkocht, gestrand of gezonken. Hiermee eindigt de deelname in schepen voor lange tijd. Pas in 1952 participeert Wijnne Barends voor het eerst weer in een schip.

Samuel Barends
Samuel Barends, zoon van Barend Cornelis, neemt al op 21-jarige leeftijd de leiding van het kantoor in Delfzijl op zich. Wanneer zijn vader in 1891 sterft, neemt hij ook het kantoor in Groningen onder zijn hoede. Samuel is dan 26 jaar oud. Hij is erg toegewijd aan het bedrijf en zijn werknemers. Onder zijn leiding groeit Wijnne Barends, zowel in omvang als in aanzien.

In 1891 benoemt Samuel zijn oudste zoon Barend Zacharias samen met Willem Frederik Oosterheert en G. Meijer in de directie. De vier mannen sturen het bedrijf veilig langs de klippen van de economische depressie van de jaren ’30. Het overlijden van Samuel in 1936 raakt de firma en de familie meer dan deze crisisjaren.

Barend Zacharias Barends
Barend Zacharias is in 1940 de enig overgebleven directeur. Willem Frederik Oosterheert stopt in 1932 en G. Meijer overlijdt wanneer de Tweede Wereldoorlog op het punt van uitbreken staat. Barend Zacharias slaagt erin om het bedrijf in de oorlogsjaren levensvatbaar te houden. De emigratie die in de naoorlogse jaren op gang komt, is aanleiding voor de uitbreiding van Wijnne Barends met een reisbureau in Groningen.

Barend Zacharias staat in de jaren vijftig aan de wieg van de hernieuwde particpatie van het bedrijf in schepen. Hij doopt het eerste schip, een 500 tons kustvaarder, Marie-Christine. Dit als eerbetoon aan zijn overleden moeder. Dit schip is zijn laatste tastbare resultaat, want in 1953 overlijdt hij plotseling. Daarmee blijven de familie en het bedrijf achter zonder hun inspirerende kapitein.

Nieuw pand
De Raad van Bestuur, die volledig bestaat uit familieleden, benoemt Barend Zacharias’ derde zoon Niels en J. Sanders als nieuwe directie. Laatstgenoemde werkt al vanaf zijn zeventiende voor het bedrijf en vanaf 1932 is hij chef van het kantoor in Groningen. Wijnne Barends groeit deze jaren sterk en op het hoogtepunt in 1955 bestaat de vloot uit zo’n 130 schepen. Om al het personeel te kunnen huisvesten, verhuist het bedrijf naar een nieuw pand in Delfzijl. Ook hier neemt de familie Barends haar intrek op de bovenverdieping.

Wijnne Barends wil de vloot stabiliseren en participeert daarom in de jaren zestig in twintig nieuwe schepen. Het bedrijf kiest voor zusterschepen in aansluitende tonnages om zo maximaal flexibel op marktwensen te kunnen inspelen. In 1965 krijgen de schepen onder het motto ‘veiligheid op zee’ hun befaamde oranje kleur.

Terminal Delfzijl
De toenemende grootte van de kustvaarders leidt in 1970 tot de oprichting van Terminal Delfzijl, het huidige Wijnne Barends Logistics. Dit bedrijfsonderdeel biedt op- en overslagfaciliteiten en richt zich vooral op houtproducten uit Scandinavië. De producten worden verder vervoerd per vrachtwagen of binnenvaartschip, waarmee het deur-tot-deurprincipe zijn intrede doet.

In hetzelfde jaar komt ook de tweede generatie van het ms Marie-Christine in de vaart. Een opvallende eigenschap van dit schip is de doosvormige laadruimte. Ook op andere terreinen doen technische innovaties razendsnel hun intrede. Niels Barends, groot voorstander van innovatie en daarnaast een bekend amateurfotograaf, registreert met de nieuwste camera’s alle nautische ontwikkelingen en de groei die tussen 1950 en 1975 in Delfzijl plaatsvindt.

Aandeelhouders
In 1972 wordt Wijnne Barends een Besloten Vennootschap met aandeelhouders. Dit zijn in eerste instantie allemaal leden van de familie Barends. Het kantoor in Groningen houdt zich niet langer bezig met scheepvaartactiviteiten, maar richt zich volledig op het reisbureau. Het bedrijf concentreert alle rederijactiviteiten in Delfzijl.

Een jaar later richt Wijnne Barends Groundservice Groningen Airport. Dit bedrijfsonderdeel richt zich vooral op luchttransport en de bagageafhandeling voor charter- en lijnvluchten vanaf Groningen Airport Eelde.

In 1979 overlijdt Niels Barends op vrij jonge leeftijd. Zijn neef Marius Cornelis Nijhoff neemt samen met Bernardus Kuper de dagelijkse leiding van het bedrijf op zich. Marinus is de laatste afgezant van de Barends-familie die directeur wordt. Ondanks economisch zwaar weer blijft het bedrijf in de jaren tachtig investeren in nieuwe schepen. Het uitgangspunt blijft daarbij hetzelfde: het beheren van een flexibele vloot multipurpose schepen zorgt voor bedrijfseconomische stabiliteit.

Hoofdkantoor
Nadat Kuper en Nijhoff in 1990 met pensioen gaan, neemt het voormalige hoofd van de technische afdeling Theo  Toonen, de leiding over. Peter Makkinje - net als Toonen het voormalige hoofd van de technische afdeling – volgt hem in 1994 op. De jaren ’90 staan wederom in het teken van technische innovaties in de scheepvaartindustrie. Wijnne Barends grijpt dit moment aan door te participeren in een serie zusterschepen om daarmee flexibel in de markt te zijn. Het bedrijf verkoopt Groundservice Groningen Airport, de enige niet-scheepvaartactiviteit.

Aan het eind van het millennium groeit de organisatie uit haar kantoorpand en betrekt het  een nieuw, modern hoofdkantoor. Dit gebouw is een markant gezichtspunt voor elk schip dat vanaf de Eems Delfzijl binnenvaart. Wijnne Barends investeert verder in terminalactiviteiten. Zo biedt dit bedrijfsonderdeel haar klanten nu ook grootschalige geïsoleerde opslagvoorzieningen in de buitenhaven, nabij het hoofdkantoor.

Aan het begin van het nieuwe millennium start Wijnne Barends een nauwe samenwerking met Spliethoff’s Bevrachtingkantoor BV in Amsterdam. De vloot in beheer van beide bedrijven sluit goed op elkaar aan: waar de vloot in beheer van Wijnne Barends ophoudt, begint die in beheer van Spliethoff. In 2003 wordt de Spliethoff Group de belangrijkste aandeelhouder van Wijnne Barends.

Levensverhaal